Jaren geleden liep ik mijn eerste – en tot nu toe enige – marathon: de legendarische Marathon van Athene. In aanloop daar naartoe deed ik al wat halve marathons tijdens trainingen, maar een officiële? Die stond nog niet op mijn palmares. Tot nu. Het werd hoog tijd om een officiële tijd neer te zetten. Ik schreef me in voor de halve marathon van Utrecht, mijn eigen stad.
Stip op de horizon
De herinneringen aan de marathon die ik liep in Athene voelt als een andere wereld. Hoe kapot ik ook was na de finish, ik wist toen al: dit wil ik nog eens meemaken. Maar het kwam er niet van. Na die marathon stapte ik over naar een fietsteam, mijn trainer vond hardlopen ernaast geen goed idee, en dus stopte ik met hardlopen. Op een paar 5-kilometerwedstrijden na heb ik sindsdien amper gelopen.
Tot eind vorig jaar. Het begon te kriebelen. Ik kocht nieuwe hardloopschoenen, begon rustig met opbouwen, en meldde me zelfs aan voor hardlooptrainingen om mijn techniek te verbeteren. Langzaam keerde het plezier ion het hardlopen terug – en de snelheid ook.


Ik ken mezelf; zonder doel ben ik minder gemotiveerd. Dus koos ik Utrecht als stip op de horizon. Vlak parcours, mijn thuisstad, vroeg in het seizoen. Een hele marathon voelde nog wat te ambitieus, maar een halve? Perfect. Kan ik eindelijk ook eens een officiële wedstrijdtijd neerzetten.
Tijdens een trainingsrondje eerder dit jaar liep ik al net onder de twee uur, maar ik wilde mijn eerste wedstrijd rustig beginnen en zonder blessures lopen. Dus stelde ik mezelf een bescheiden maar symbolisch doel: 1:59:59. Net onder de twee-uurs-grens. Niet knallen, maar steady lopen. Als het mee zou zitten, kon ik nog altijd gas geven voor een negative split. Voor de niet-hardlopers: dan loop je de tweede helft van je wedstrijd sneller dan de eerste helft.

Wedstrijddag
En nu is het dan zover. De dag van de halve marathon. Ik word verrassend fit wakker. Wedstrijdzenuwen heb ik niet echt, zin in de wedstrijd wel. Mijn standaard wedstrijdontbijt – havermout met pindakaas en banaan – staat al klaar in de ijskast. Ook mijn outfit ligt netjes klaar, startnummer opgespeld en gelletjes in de zakken.
Een uurtje later sta ik in het startvak op het Utrecht Science Park. Even inlopen, nog een slok sportdrank nemen en dan wachten. De sfeer is totaal anders dan in Athene, waar duizenden lopers een eed aflegden voor de start. Hier geen plechtig moment, geen indrukwekkend startschot – in ieder geval niets wat ik in startvak drie kan horen. Wel het besef dat de start is geweest als het vak langzaam in beweging komt. We gaan van start!
Rondje Utrecht
Ik laat Utrecht achter me en loop in de richting van Houten. Het is zo nu en dan wat dringen als de route een fietspad volgt en de weg ineens smaller wordt. Ik blijf kalm. Ik ben expres een stuk achter de 1:55-pacers gestart en wat er ook gebeurt, ik haal ze niet in. Zo hoop ik te voorkomen dat ik te hard van stapel loop.
Om me heen zie ik het wel gebeuren. Mannen die zich naar voren duwen, elleboogjes uitdelen, zichzelf opblazen. Maar ik blijf op gevoel lopen. Geen stress over tempo.
En dat lijkt best goed te gaan. Bij het 5-kilometerpunt zie ik op mijn sporthorloge dat ik net onder de 27 minuten zit, de 10 kilometer klok ik op 54 minuten. Iets sneller dan gepland, maar het voelt goed. De benen zijn nog fris, de viaducten die ik over moet probeer ik niet te snel te lopen. Ik eet een gelletje en blijf rustig doorlopen. Het parcours is tot nu toe niet erg spectaculair, maar wel lekker groen. Richting Lunetten begint de zon door te breken.

Onder de Dom
Vol goede loop loop ik verder richting de oude binnenstad. En dan gebeurt het. De energie verandert. Muziek schalt uit speakers, kinderen geven high fives, toeschouwers moedigen de lopers aan met geweldige borden. ‘Hot girls run half marathons’, ‘You don’t sweat, you sparkle’, ‘De eerste die finisht krijgt een Aperol Spritz’.
Het mooiste stuk van de wedstrijd zijn de kilometers door het centrum. Onder de Dom door lopen is magisch, het rondje Domplein voelt als een ereronde. Maar ik voel ook dat mijn bovenbenen zwaar worden en pijn beginnen te doen. Mijn lichaam is duidelijk nog aan het wennen aan de lange afstanden. Maar ik blijf redelijk op tempo. Nog vier kilometer tot de finish van de marathon op het Science Park.
Richting het Wilhelminapark begint het echt zwaarder te worden. Maar iets later zie ik de finish opdoemen. De adrenaline kickt in en blijkbaar heb ik nog wat op reserves gelopen want de laatste paar honderd meter vlieg ik.


Naar de finish
1:56:20. Mijn horloge piept als een dolle wanneer ik de finishlijn over loop – ik heb flink wat PR’s gelopen. Ik voel me nog verrassend goed wanneer ik mijn medaille ophaal en wat sportdrank aanneem. I did it!
Mijn eerste officiële halve marathon is een feit. De laatste kilometers waren taai, maar ik ben niet voluit gegaan. Dat roept de vraag op: wat als ik wél alles geef? Wat als ik echt ga trainen met een trainingsschema, en mijn lichaam de tijd te geef te wennen aan langere afstanden?
Eén ding weet ik zeker: dit was pas het begin.


Disclaimer: de foto’s heb ik na de race aangekocht via Marathon-Photos.com



Wat leuk dat je de halve marathon van Utrecht gelopen hebt! Ik wil die ook heel graag eens lopen. Heb in Egmond dit jaar mijn eerste gelopen in 2:06. In Amsterdam loop ik ook de halve marathon en dan wil ik onder de 2 uur duiken, hopelijk lukt het. Mooie tijd heb je gelopen, onder de dom doorlopen lijkt mij ook een fantastisch moment! Je foto’s zijn ook leuk, die van mij zijn meestal om te huilen hahah.
Wat leuk! Amsterdam was ik natuurlijk veel te laat met inschrijven 🙂 Bij mij hielpen de intervaltrainingen het meest om sneller te gaan lopen.